Informatie

Het Genootschap van Nederlandse Componisten begon in 1911 met dertig leden, in 1936 waren het er bijna driehonderd! Kort na de oprichting van het GeNeCo, op initiatief van de Nederlandse componist Jan van Gilse, richtte het Genootschap in 1913 samen met de Vereeniging voor Muziekhandel- en Uitgeverij het Bureau voor Muziekauteursrecht, kortweg BUMA, op. Dit bureau zou zich gaan bezighouden met de materiële belangen van de Nederlandse componist en het incasseren van het auteursrecht, dat in 1912 door de Nederlandse overheid eindelijk goed was vastgelegd.

Rond het zilveren jubileum van het Genootschap in 1936, werd de Stichting Nederlandse Muziekbelangen opgericht, weer op initiatief van GeNeCo voorzitter Jan van Gilse. Een belangrijk vooroorlogs initiatief waren de, door de NMB georganiseerde zogenaamde MaNeTo concerten. Deze Manifestaties van Nederlandse Toonkunst werden onder meer gefinancierd door BUMA, uit de gelden die door hen waren geïnd maar niet aan de rechthebbenden konden worden uitgekeerd omdat zij niet bij een auteursrechtenbureau of componistenbond waren aangesloten. Deze gelden mochten alleen voor algemene culturele doeleinden worden aangewend. In 1937 vonden er vier concerten plaats waarin 39 composities van 29 componisten (waarvan 26 uit de twintigste eeuw) werden uitgevoerd. Deze concerten trokken veel publiek en werden goed onthaald door de pers. MaNeTo organiseerde ook studieconcerten waarin een aantal werken van jonge componisten tijdens orkestrepetities grondig werd doorgenomen met als sluitstuk een concert voor publiek. Het eerste studieconcert vond in juni 1940 plaats. De oorlog zette een streep onder verdere activiteiten

Ten behoeve van de leden van het GeNeCo werd door het NMB kort na de oorlog in 1946 een bibliotheek ingericht die tevens als documentatiecentrum ging fungeren, een documenatiecentrum voor Nederlandse muziek, kortweg DONEMUS.

Agenda

^
v